Aantekeningen


Treffers 51 t/m 100 van 1,308

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 ... 27» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
51 Als kind wordt Agneta ’Niesje’ genoemd. Volgens de kleinzoon van haar tante Anna Catharina Duker bezat deze dame een borstbeeldje van Petrus Gerardus Duker. KUIJPER, Agneta Wijna (I320)
 
52 Als zij in 1878 een dienstbode vraagt in een krantenadvertentie, woont zij aan Nieuwestad boven de banketbakker Plet. In 1896 zet de weduwe haar herenhuis aan de Weerd, L 24 te huur. HAMMING, Marianne Marie Louise (I482)
 
53 Angelsoërstraat 20 VAN DALEN, Johannes Klaas (I673)
 
54 Apotheker; raad (1523), schepen, thesaurier en burgemeester van Gouda (1540). Afgevaardigde voor Gouda in de Staten van Holland (1521-1547). Zie Nederlands Adelboek 1911, p. 178 en Nederlands Patriciaat 1962, p. 190. Hij overleed ten gevolge van een medicament dat zijn winkelknecht per abuis verkeerd bereid had. PAUW, Reinier Hendriksz (I1844)
 
55 Arnolda Johanna was een (veel jongere) nicht van Huberta Johanna van Walsem, de eerste vrouw van Petrus Gerardus Duker. Haar moeder was een zuster van Huberta.

Opvallend: net als haar echtgenoot heeft zij haar vader niet of nauwelijjks gekend. Doesburg was een garnizoensstadje, wat haar afwijkende geboorteplaats verklaart. Zij overleefde haar zoon Willem Frederik, die in juni 1904 al overleed. Op dat moment verblijft zij in Rotterdam.

Als haar echtgenoot overlijdt in juli 1869, kan zij ‘wegens buitenlandsche betrekkingen’ de overlijdensadvertentie niet tijdig plaatsen 
VAN HEEMSKERCK, Arnolda Johanna (I34)
 
56 Balistraat 124 hs NOORDERMEER, Magdalena Maria (I17)
 
57 Barbarakerk (bijgezet, 25 gulden) VERHAGEN, Ida Wilhelmina (I2822)
 
58 Befaamd kunstschilderes. Woonde tijdens haar leerjaren als schilderes onder meer in Hilversum, waar zij les kreeg van F. Hart Nibbrig. Raakte later in de ban van het Duits expressionisme, in het bijzonder de Rudolf-Steinervarianten. In Nederland contacten met onder meer Toorop. Zie verder de tekst uit het Biografisch Woordenboek in de voetnoot. VAN HEEMSKERCK VAN BEEST, Jonkvrouwe Jacoba Berendina (I1667)
 
59 begin van het jaar (jan-mrt) KÖNIG, George (I338)
 
60 Begon al snel na de dood van haar eerste man een relatie met Stephan ten Kortenaar, bij wie zij kinderen kreeg. Haar gezin verhuisde mee naar de Lange Leidsedwarsstraat 158-1 hoog. Ook na diens dood hield zij er nog enkele relaties op na!

Verhuisde met haar tweede man op 18 oktober 1923 naar de Gasthuisstraat 29 in Hilversum omdat dat volgens haar gezonder voor de kinderen was (Jo leed ook aan TBC). 
VAN ZAANEN, Grietje (I73)
 
61 Begraven met 8 dragers, kosten fl. 2,- DÜCKER, Arnoldus (I58)
 
62 Begraven met 8 dragers, kosten fl. 2,- VAN KNAPEN, Johanna (I59)
 
63 Begraven tussen 3 en 10 februari in de kerk ‘dite du Hoogland’ ZWARTENDIJK, Abraham (I513)
 
64 Begraven van de armen, fl. 1,-! DUKER, Regina Barbara (I62)
 
65 Begraven ‘met ene fraaye zerk’ te Koningsbergen VAN HEEMSKERCK, Jacob (I1003)
 
66 Bekend geworden als ‘Mienette’; rusteloos voorvechtster van de vrouwenemancipatie en wereldreizigster. Bouwde haar toch al niet geringe fortuin vooral na het ontijdig overlijden van haar echtgenoot uit ten behoeve van behoeftige weduwen, alleenstaande vrouwen en kunstenaars.

Uit het levensbericht van Fia Dieteren:
Volgens haar broer Jacob werd zij in haar jonge jaren nogal verwend en financieel was dat ook mogelijk. Haar ouders behoorden tot de Delftse elite: vader stamde uit een geziene koopmansfamilie en handelde in thee, boter en kaas, moeder was een generaalsdochter. Mienettes geboortehuis ’De Werelt’ lag in het centrum van de stad. Vooraanstaande personen uit het culturele en politieke leven behoorden tot de kennissenkring van haar ouders en daarmee ook tot die van Mienette. Zelfs had zij goede contacten met leden van het Koninklijk Huis. [...] In 1833 reisde ze naar Zuid-Afrika, waar haar broer Jan Theodoor woonde. Daar bereikte haar het bericht van haar vaders overlijden. Ze keerde terug naar huis en de daaropvolgende jaren woonde zij bij haar moeder. Korte tijd was zij verloofd met een grenadier, jonkheer van Kinschot, maar ze verbrak deze verbintenis omdat – zo schreef haar broer in zijn dagboek – haar verloofde aan zijn atheïstische levensbeschouwing vasthield. [...]
Storm-van der Chijs was een welvarende weduwe en na het overlijden van haar moeder in 1846 ongebonden. Dat stelde haar in staat een oude liefde weer op te pakken, het reizen. Nog datzelfde jaar bezocht ze – vergezeld door haar neef Jacob – een aantal Europese landen en in 1847 ging ze weer naar Zuid-Afrika. Daar stichtte zij een kolonie voor twintig Nederlandse weeskinderen die daar een nieuw bestaan konden opbouwen. Storm financierde de overtocht, huisvesting en voeding van de jonge kolonisten en zorgde voor een startkapitaal als zij besloten zich in Zuid-Afrika te vestigen. Een soortgelijk project in Tennessee ging in het geweld van de Amerikaanse Burgeroorlog ten onder. Om poolshoogte te nemen reisde zij in 1857 samen met haar kamenier, Maria van den Bosch, naar Amerika.
Deze reis leidde in ruim zes jaar tijd via Canada en de Verenigde Staten naar Mexico en eindigde in 1863 op Cuba. Onderweg maakte zij persoonlijk kennis met Lucretia Mott en andere vooraanstaande leden van de Amerikaanse vrouwenbeweging, bezocht zij in New York het Cooper Institute dat beroepsopleidingen bood aan duizenden jonge mannen en vrouwen en oriënteerde zij zich op het gebied van landbouwproducten. [...] Terug in Nederland zette Storm-van der Chijs zich in voor de oprichting van een Industrieschool voor Meisjes. Ook ijverde zij voor de toelating van meisjes tot het examen voor leerling-apotheker, hetgeen in 1867 met succes werd bekroond. Zij probeerde ook arbeidsvelden en opleidingen voor vrouwen in de landbouw uit te breiden, vooral op het gebied van zuivelbereiding en de bloembollen- en groenteteelt. Jarenlang bepleitte zij deze zaken in talrijke lezingen. [...]
Zij werd erelid van de Maatschappij voor Bevordering van Tuinbouw in Zeeland (1864), van de Rotterdamse Maatschappij voor Kunsten en Wetenschappen (1868), en van het Nederlands Onderwijzers Genootschap (1873). Haar contacten met de opkomende vrouwenbeweging waren niet altijd vriendschappelijk. Zij verschilde principieel van mening met Elise van Calcar (1822-1904), die pleitte voor meisjesonderwijs gericht op meer traditionele vrouwentaken. De openbare discussie tussen deze twee “kemphennen voor de emancipatie der vrouw”, zoals de Delftsche Courant hen in 1864 typeerd, was een van de eerste wapenfeiten van de negentiende-eeuwse vrouwenbeweging in Nederland.

Beheer van geld is voor de weduwe Storm steeds een belangrijke zaak geweest. Na het overlijden van haar moeder beschikte zij als 31-jarige weduwe over een ruime erfenis. Ze verhuisde van het ouderlijk huis naar een kleinere woning in Delft: daar woonde ze eerst aan de Voorstraat en vanaf 1856 op een bovenwoning aan de Verwersdijk. Zij bezat in die jaren enkele huizen en een aanzienlijke hoeveelheid aandelen en obligaties. Adviezen van haar broer Jacob over het beheer van haar vermogen lijkt zij niet gevolgd te hebben. Het verhaal gaat dat ze zelf de beurs bezocht om de aandelenkoersen te volgen en uit het notarieel archief van Delft blijkt dat ze, vooral in de jaren 1870, met enige regelmaat delen van haar onroerend goed verkocht. Zo maakte zij geld vrij voor een laatste project, de bouw van een villa in Scheveningen die leef- en werkruimte moest bieden aan kunstenaars. Het project strandde in 1884 door een samenloop van tegenslagen: er werd ingebroken in de villa terwijl deze niet verzekerd was, en Maria van den Bosch die bijna veertig jaar lang haar metgezel was geweest, overleed. Deze gebeurtenissen werden Storm-van der Chijs te veel; zij kon niet meer voor zichzelf zorgen en raakte in dusdanige staat van verwaarlozing dat haar familie in 1885 besloot haar te laten opnemen. Dat ging gepaard met enige consternatie, omdat de sleutel waarmee zij zich verzette, werd aangezien voor een revolver. Blootsvoets werd zij meegenomen naar het Sint Jorisgasthuis in Delft, waar de geneesheer de diagnose vervolgingswaanzin stelde. Uit het opnamerapport kan worden afgeleid dat de familie ook andere redenen had haar te laten opnemen: gezien de aankoop van massa’s schilderijen en de bouw van een villa met belvedère waarin zij jonge schilders zou huisvesten, achtte de familie het waarschijnlijk niet langer verantwoord haar het beheer over haar eigen middelen te laten. Bij haar opname werd een overzicht van haar bezittingen gemaakt, waaruit blijkt dat zij op dat moment in het bezit was van een fondsenpakket, met daarin nogal wat risicovolle beleggingen, met een totale waarde van 232.680 gulden. Het Arrondissement van Den Haag stelde haar broer Jacob aan als bewindvoerder over haar goederen; na diens dood in 1888 ging deze taak over op zijn zoon Jacob.
Het patiëntendossier laat over de jaren na haar opname geen noemenswaardige verandering in haar ziektebeeld zien. In het najaar van 1894 werd Storm-van der Chijs getroffen door een hersenbloeding. Daarna namen haar krachten af en op 1 januari 1895 overleed zij. 
VAN DER CHIJS, Anna Maria Margaretha (I1925)
 
67 Benoemt in zijn testament zijn zwager Jan van Leeuwen en diens zoon Gijsbert als gemachtigde om zijn percelen te verkopen. De erfgenamen zijn Jacobs drie dochters. IN ‘T VELD, Jacob (I3296)
 
68 Bezat grond in Boerdijk in Maasland. BUSSCHAERT, Huijgh (I2415)
 
69 bij Brielle; geboren om 11 uur ‘s ochtends. Het gezin woont op nr. 26. NOORDERMEER, Aart (I324)
 
70 Bij de geboorte van Sally jr. woont het paar aan de Wijnstraat B 123/149. Pieter is dan al notaris. VAN DER HOEVEN, Pieter jr. (I504)
 
71 Bij de geboorte wonend in de Jufferstraat, ‘aan de Geertekerck’ VAN KNAPEN, Pieter (I206)
 
72 Bij de ondertrouw met Christina is Aernout al weduwnaar van Maria Simonsdr. van Swieten.

Van Aernout is een boedelbeschrijving aanwezig in het Oud Notarieel Archief te Rotterdam. 
ELSEVIER, Aernout (I1879)
 
73 bij de Westerkerk BERGHUIS, Jan Hendrik (I3007)
 
74 Bij doop 19,5 jaar oud. Gedoopt aan huis door professor Adriaen van Kattenburg. MARTHENS, Jan (I2243)
 
75 Bij geboorte wonende in de Botterstraat, bij huwelijk op het Janskerkhof.

Tijdens haar huwelijk moet Johanna benoemd zijn als ‘inbrengster iin de Bank van Leening’ door de regenten van het Burgerweeshuis. Na de dood van haar man deed zij vrijwillig afstand van deze functie ten gunste van haar schoondochter Agatha Raven.

Bij haar dood genoemd ‘juffrouw’ Johanna Ducker-Van Knapen, weduwe van ‘Sr. Arnoldus Ducker’, wonende in de Lijsbetstraat. Laat twee mondige zoons na. Na haar dood bewoont een familielid van haar het huis; als buurman Jan Angelier in 1802 zijn huis verkoopt woont naast hem ‘N.N. van Knaapen’. 
VAN KNAPEN, Johanna (I59)
 
76 Bij haar dood in 1763 liet Cornelia vier kinderen achter, van wie drie er minderjarig waren. VAN ALLER, Cornelia Catharina (I2482)
 
77 Bij haar geboorte treedt ene Dirk Heydeman, dan griffier van het Vredesgerecht, op als getuige. Dezelfde Heydeman is getuige bij haar huwelijk in 1842! En hij is dan nog steeds griffier.

Zij trouwt met haar volle neef Jan Herman de Ridder; hun moeders waren zusters van elkaar. Tijdens hun verlovingstijd logeert zij bij J.B. Duisenberg (waarschijnlijk een neef van Jan Herman, in Boskoop), die haar hele leven een intieme vriend van de familie zou blijven. Andere goede vrienden waren het echtpaar Snellen uit Leiden en dr. Harting uit Enkhuizen.
In de periode 1850-1860 moet zij volgens het bevolkingsregister in Gouda wonen, waar haar man dan dominee is. IN het dagelijks verkeer heet zij Jansje, haar man noemt haar ’Sjoetje’. 
RAPPARD, Johanna Henriëtte Catharina (I47)
 
78 Bij haar huwelijk nog ’Tine’ genoemd, maar later steevast ‘Non’ of ‘Nonno’. Een vrouw met karakter en een warm hart voor iedereen. Haar huis in Damon Street in Hailo (Hawaii) was naast een pension vol vreemde gasten ook een zoete inval voor veel arbeiders op de suikerplantages. SCHUYTEN, Huibertina (I81)
 
79 Bij haar huwelijk weduwe van Jan Hennebo. Woont op dat moment in de Bredestraat te Leiden. Zij is de moeder van auteur en kroegbaas Robert Hennebo. VAN HOGEMADE, Hendrica (I1126)
 
80 Bij haar huwelijk wordt Grietje genoemd als weduwe van Bernardus Schot. Zij moet toen al zwanger zijn geweest van haar dochter Magdalena. VAN OORT, Grietje (I1992)
 
81 Bij haar ondertrouw is Dirkje 29 jaar. Zij woont op Wittenburg. Omdat beide ouders dood zijn, krijgt zij toestemming van de regenten van het Burgerweeshuis. KUNST, Dirkje (I3046)
 
82 Bij haar ondertrouw komt haar moeder Marritje Jans mee. KOLTHOFF, Pieternella (I3017)
 
83 Bij haar ondertrouw ‘Cathelijne’ genoemd. Woont ‘op ‘t Merckvelt’. VAN WAESBERGHE, Catharina (I1792)
 
84 Bij het huwelijk erkent het paar een eerder geboren zoon, Hendricus Willebrordus Stroinck (niet van Aart dus), die op 7-11-1860 het levenslicht zag. Het gezin woont in 1879 ‘onder Monster’ in wijk A op nr. 133. Gezin F244
 
85 Bij het huwelijk van haar zoon Wormerd kan Neeltje al niet meer aanwezig zijn wegens zwakheid; haar dochter Grietje neemt haar plaats in. VAN BREUCKELEN, Neeltje (I2605)
 
86 Bij het overlijden beschreven als ‘het kind van notaris Arnoldus Duker, op de Oudegragt bij de Bakkersbrug’. Laat na haar vader en moeder DUKER, Petronella Gerarda Johanna (I57)
 
87 Bij huwelijk 24 jaar DE VOS, Petrus Gerardus (I283)
 
88 Bij huwelijk vermeld als: ‘Arnold Dükker, J.M., in de Lijsbethstraat, en Johanna Knaapen J.D, aan ‘t Janskerkhof’. Ondertrouw 1 maart, huwelijk gesloten door J. de Groot. Gezin F46
 
89 Bij ondertrouw (met haar eerste man) woont Antonia in Wijnhave (Rotterdam). Als zij voor de tweede maal in ondertrouw gaat, verblijft zij op Rapenburg. Getuigen zijn dan haar neef mr. Thimon van Schoonhoven en diens vrouw Elisabeth Geeraerds.

Op de site Verreverwanten.nl wordt zij vermeld als geboren in Oegsgeest en overleden te Rotterdam. De data zijn gelijk. 
ELSEVIER, Jonkvrouw Antonia Petronella (I102)
 
90 Bij ondertrouw woont zij op de St-Anthoniebreestraat; haar echtgenoot in spe woont aan de Warmoesstraat. Zij wordt geassisteerd door haar zwager Harmanus Koelsman. Op 3 oktober 1759 verschijnt zij voor de Amsterdamse notaris Johannes Beukelaar om gevolmachtigd te worden in de verdeling van de erfenis van haar moeder, Willemina van Hees – althans, een overerving via grootvader Cornelis van Hees van diens broer Benjamin van Hees, rustend predikant te Burgt in het land van Schouwen. Zij is een van de vier overgebleven erfgenamen, samen met haar zus Willemijntje (weduwe van Jacobus Bruland), Neeltje (getrouwd met Hermanus Koolsman), broer Jacob en broer Pieter. Het blijkt te gaan om drie obligaties, bij elkaar 1400 gulden waard.

Later blijkt er een misverstand in het spel. Broer Pieter was eerder al gevolmachtigd en heeft alles geregeld. Tussen hun vijven mogen ze 2160 gulden verdelen. 
IN ‘T VELD, Grietje (I2246)
 
91 Bij overlijden gehuwd PLANTENGA, Aaltje (I1676)
 
92 Bij overschrijving van Cuyk naar Vierlingsbeek is de naamsuitgang -sum gewijzigd in -sem. VAN WALSEM, Johan (I233)
 
93 Bij zijn dood schreef de dokter/predikant Hermanus Hillers (op dat moment te Hoorn beroepen) een Lijk-predicatie. KLINKHAMER, Michael (I3171)
 
94 Bij zijn huwelijk in 1906 erkent hij samen met met zijn vrouw een kind, Magdalena Maria Noordermeer, geboren op 2 november 1901. Het kind krijgt de achternaam van de moeder.

Vanaf 1908 tot 1955 woont het echtpaar aan de Van Ostadestraat; tot 1936 op nr 319 tweehoog, daarna op nr 317 tweehoog. Op 10 januari 1955 verhuisden zij naar een woning aan de Balistraat, twee weken later overleed Leen.

In het jaar dat zijn vrouw overlijdt, 1955, vertrekt Jan (ik neem aan door ziekte gedwongen) naar de Willem Arntszhoeve in Den Dolder. Greet Rörik is ervan overtuigd dat haar grootvader is overleden op 90-jarige leeftijd, dat zou dus rond 1963 moeten zijn geweest. Schaatste op hoge leeftijd nog van Purmerend naar Amsterdam.

Na zijn loopbaan bij de Marine (waarbij hij vaak maanden achtereen van huis was) werd Jan laboratoriummedewerker bij het Wilhelminagasthuis. Jan Spanjer was een grote man met een krijgshaftige snor, die behoorlijk kon innemen (waarna zijn dochter Jannetje hem uit de kroeg moest sleuren). Maar eenmaal definitief aan de wal, stopte hij ermee van de ene op de andere dag.

Alle drie zijn zonen overleden jong, maar zijn dochters zijn allen oud geworden. 
SPANJER, Jan (I16)
 
95 Bij zijn huwelijk wordt Gijsbert genoemd ‘van Woerden, wondende op de Tueshoven[?? lastig leesbaar]’. Samen met zijn broers Dirk en Leendert en zijn zus Geertruid koopt Gijsbert een pand met drie huisjes aan de Oudelandsedijk, buiten de Rietlanderpoort in Woerden voor 260 gulden.

Op zijn overlijden verschenen in Hoorn maar liefst drie rouwdichten in druk, waaronder een van B. Kok, die zich zijn neef noemt.

Het is niet duidelijk of hij ook de Gijsbert Swartendijk is die in 1698 beroepen wordt in Amsterdam. Daarover bevindt zich in de handschriftencollectie van de Remonstranten (in de UB Amsterdam) een verzameling documenten (nr. 647). 
ZWARTENDIJK, Gijsbert (I515)
 
96 Bij zijn overlijden woonde Jan aan Gouw 232 te Purmerend. SPANJER, Jan (I492)
 
97 bij ‘t schapehhok Hinderik Mennes (I3221)
 
98 bij ‘t Schapehock Jantjen Mennis (I2478)
 
99 bij ‘t Schapehock Hindrikjen Mennis (I2479)
 
100 bij ‘t schapehok Hinderikijn Mennes (I3217)
 

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 ... 27» Volgende»