Deel

Aantekeningen


Treffers 1201 tm 1250 van 1274

      «Vorige «1 ... 21 22 23 24 25 26 Volgende»

   Aantekeningen   Verbonden met 
1201 In de geboorteakte van dochter Berbera: ‘Antje’. Anna Geertruida WINTERSWIJK
 
1202 Jacobijnerkerk Anna Geertruida WINTERSWIJK
 
1203 Westerkerk Matthias Hermanus WINTERSWIJK
 
1204 De predikant verkoopt zijn huis in september 1764. Wynandus WINTERSWIJK
 
1205 Ook in de familie Knock waart een dominee rond, Wesselus Knock, die in dezelfde kerk preekt als Wynand. Zijn huis in de Oosterstraat, dat in 1764 te koop staat, beschikt over een koetshuis dat gebruikt wordt door ‘de Heer Old Bouwmeester Kutsch’ Niet verwonderlijk dat Wijnands dochter met zoon Kutsch trouwt. Wynandus WINTERSWIJK
 
1206 ongetrouwd Alberdina Johanna WOELDERS
 
1207 In mei 1813 verplaatste de weduwe Plantinga haar nering naar de Kettingbrug, hoek Heeren Walsje, G 6. Ze verkoopt er ‘lakens, bevers, calmuks, casimieren, manchesters, trypen, linnens, enz’. Mayke WYNALDA, Tjallings
 
1208 Een Tjalling F. Wynalda te Makkum is koopman in schepen, vastgoed en grote partijen.

De enige kandidaat in de DTB-registers van Tresoar is Tjalling Feddes Wynalda uit Bolsward, die op 25 april 1762 in Harlingen trouwt met Oecke Gerrits van der Meulen uit Almenum. De naam Oekje en de trouwdatum (vlak voor de geboorte van Maaike) zijn redelijke argumenten voor de toeschrijving. 
Tjalling WYNALDA, F.zn
 
1209 Dochter van een luitenant-kolonel, uiteraard. Pauline Marie Adolphine ZEHELEIN
 
1210 Begraven tussen 3 en 10 februari in de kerk ‘dite du Hoogland’ Abraham ZWARTENDIJK
 
1211 Buurkerk Abraham ZWARTENDIJK
 
1212 De Universiteitsbibliotheek van Amsterdam bewaart brieven van hem en zijn echtgenote aan Frans van Limborch, uit 1743. Deze moet ik nog bekijken. Abraham ZWARTENDIJK
 
1213 Rem. kerk Abraham ZWARTENDIJK
 
1214 Buurkerk Adriaan ZWARTENDIJK
 
1215 De graanhandel van ‘Zwartendijk en Co’ bevond zich in 1915 aan de Scheepmakershaven 16 te Rotterdam. Adriaan dreef de handel hoogstwaarschijnlijk met J.W. Landskroon Spruijt, in elk geval onder de naam Zwartendijk & Co. Zijn executeur-testamentair C. van den Thoorn noemt zich zijn ‘beste vriend’ in de door hem geplaatste overlijdensadvertentie in de NRC. Adriaan ZWARTENDIJK, G.Lzn
 
1216 get: Alida Blaauwduif, Joost d’Hartogh Adriaan ZWARTENDIJK
 
1217 Hoewel Adriaan al eerder in Utrecht verblijft, wordt hij pas op 14 oktober 1783 ingeschreven als burger van de stad. Op dat moment heeft hij vier nog levende kinderen: Abraham, Cornelia Elizabeth, Geertruij en Laura Adriana.

Samen met zijn zakenpartner Abraham Welsingh dreef Adriaan een fabriek van zijden en halfzijden stoffen. In 1779 vestigden zij een nieuwe machinale spinnerij op een stuk land buiten de Weerdpoort aan de Zeedijk. Daartoe moest een nieuw waterrad in de Weerdsgracht de benodigde energie opbrengen, waar echter concurrent Zijdebalen al een rad had liggen. Het stadsbestuur stelde een concurrentiebeding op voor de nieuwkomers: als het water te laag zou staan voor twee molens, dan had het rad van Zijdebalen voorrang. Welsingh en Zwartendijk mochten ook geen stoffen fabriceren die al door Zijdebalen werden geproduceerd.

De ‘fabriqueurs’ dreven een zeer modern bedrijf, de eerste mechanische spinnerij in Nederland. De Engelse machine, een recente uitvinding van ene Arkwright, stond onder toezicht van twee Engelse broers, John en Charles Thompson. Er moet werk geweest zijn voor tientallen arbeidskrachten.

In 1790 verkochten de eigenaren de gehele fabriek voor 20 duizend gulden aan Shdrach Munnings uit Rotterdam, die zijn eigendomsrecht al een jaar later doorverkocht aan Thomas Martens. Het bestond toen uit de spinnerij zelf, drie huizen aan de Zeedijk en een smederij annex kopergieterij aan de Kaatstraat.

De families Welsingh en Martens zijn nauw verbonden met de Zwartendijken, maar hoe precies moet nog worden onderzocht. Abraham Welsingh en Agneta Martens kregen minstens twee kinderen in Utrecht: Sophia (4 sep 1755) en Agneta Wijna (22 aug 1758).

Woont in 1790 op de Oudegracht bij de Geertebrug, Utrecht. Interessant: het huis naast het zijne (no) wordt in dat jaar verkocht aan Magdalena Hofkens, de weduwe van Frans van Oort. Haar voogden zijn beide oud-burgemeesters van Gouda. 
Adriaan ZWARTENDIJK
 
1218 Rem. kerk Adriaan ZWARTENDIJK
 
1219 Rem. kerk Adriaan ZWARTENDIJK
 
1220 Op 8 april 1675 promoveert Albert aan de universiteit van Utrecht tot medisch doctor. Med. dr. Aelbert ZWARTENDIJK
 
1221 Get: Cornelis van der Pot, Catarina van Broekhuisen. Alida ZWARTENDIJK
 
1222 In overlijdensakte van vader Leonard: ‘laat na 1 meerderjarig kind’. Op het huwelijk van Alida met Van Mierop schreef Dirk Smits een jubelende bruidszang. Alida ZWARTENDIJK
 
1223 Rem. kerk Alida ZWARTENDIJK
 
1224 In de Barbarakerk Alida Josina ZWARTENDIJK
 
1225 In DTB Culemborg gemeld op 2 juli 1811 (?) Alida Josina ZWARTENDIJK
 
1226 Kind thuis gedoopt; getuigen: Alida Blaauwduif en Joost d’Hartogh Alida Josina ZWARTENDIJK
 
1227 Overleden ten huize van Cornelis de Ridder in de Ridderstraat (zeer waarschijnlijk te Culemborg), oud ruim 58 jaar; beroep ‘rentenierster’. Laat bij haar dood twee meerderjarige kinderen na, geboren te Leiden.

Vreemd genoeg meldt ook het begraafregister van Rotterdam dat zij aldaar is begraven op 30 juni 1811... 
Alida Josina ZWARTENDIJK
 
1228 Broer Jan huwt haar schoonzus (de zus van Jan van der Hoeven), die ook al Alida Josina heet. Alida Jozina ZWARTENDIJK
 
1229 ‘Jo’ Zwartendijk bezocht na de meisjes-HBS twee jaar lang de Ecole du Louvre in Parijs, waarna zij een aanstelling kreeg bij het museum Boymans te Rotterdam.

In haar verdere carrière nam Jo een prominente plaats in temidden van de Rotterdamse kunstwereld, met name als bestuurslid van de Kunstkring. Zestien jaar lang schreef zij kritieken op kunstgebied voor de NRC. Daarbij spaarde zij niemand; al gauw werd zij gevreesd om haar scherpe pen. Toch schijnt zij in het dagelijks leven een vredelievend en warm mens te zijn geweest. Zij was tevens lid van de Soroptimistenclub te Rotterdam had zitting in tal van vrouwencomités. Volgens haar necrograaf in Elseviers Maandblad was zij tegen het eind van haar korte leven somber, vooral als gevolg van de ontwikkelingen in Europa.

Haar eigen kunstproductie beperkte zich tot een enkele roman, De overlaat (1927). 
Alida Jozina ZWARTENDIJK
 
1230 Kind thuis gedoopt; getuige: Michaël Zwartendijk Arent Michaël ZWARTENDIJK
 
1231 Rem. kerk Cornelia Elizabeth ZWARTENDIJK
 
1232 Rem. kerk Dirck ZWARTENDIJK
 
1233 Van zijn moeder erft Dirck samen met zijn broers onder meer de helft van de (nog bestaande) hofstede Kruidenburg in Zwammerdam. Met de eigenaar van de andere helft, tante Hillegonda van Wieringen en haar echtgenoot dominee Wilhelmus Lomanus, regelt hij in 1717 dat hij met deze hofstede mag doen wat hij wil; hij betaalt het echtpaar daarvoor 69 gulden per jaar. Bij verkoop moet hij Lomanus c.s. 2300 gulden uitkeren. Het perceel is op dat moement dus 4600 gulden waard.

Op 17 oktober 1724 verkopen de Staten van Holland een aantal percelen land, waaronder de ambachtsheerlijkheid Indijk, onder Woerden. Dirck koopt het ambacht voor 3200 gulden en mag zich nu ‘heer van de Indijk’ noemen. Bij die koop horen allerlei rechten (alleen over de veren en over de wind heeft de eigenaar niks te zeggen), waaronder het recht officieren, burgemeesters, kerkmeesters en dergelijke bobo’s te benoemen. De baljuw blijft verantwoordelijk voor de aanstelling van de schout.

De grondeigendom is eeuwigdurend; vandaar dat het telkens geërfd wordt door andere Zwartendijkjes. In feite heeft deze familie het een kleine eeuw lang voor het zeggen in dit gebied, tot Gijsbert Leonard de Indijk in 1810 verkoopt aan Adriaan van Beusichem, heer van Harmelen. In 1732 wordt Dirck ook nog ‘heemraad van Snel’ genoemd in een akte (Not Arch Woerden inv 8620, dd 20-10-1732). Dirck woont rond die tijd (1730) in een huis op de hoek van de Hoge Woerd in Woerden, aan de noordzijde van de Haverstraat.

Later koopt Dirck nog diverse terreinen erbij, waaronder een perceel van 26 morgen van de erven Arnold Kamerik aan de Snelle, bij de grens met Polanen. Eerder al kocht hij het huis aan de Haverstraat bij de Hoge Woerd, tussen het erf van het Grootwaterschap en de Molenstraat voor ƒ 2422,-. Een maand later komt daar een huis aan de zelfde straat bij op de hoek van de Kerkstraat (kosten: 1030 gulden). 
Dirck ZWARTENDIJK
 
1234 Woonde eerst te Waarder (waarschijnlijk op de Zwarte Dijk), later te Woerden. Daar verkoopt hij in november 1675 het perceel van een voormalige tegelbakkerij in Honthorst aan Cornelis Jansz Plompert. Eerder had hij het aan dezelfde man verhuurd. Het jaar daarop volgt de verkoop van een windmolen c.a. op de Stadswal aan Johan van Helmond voor 2000 gulden.

Het is na die verkopen niet verbazingwekkend dat Dirk in 1674 een vermogen blijkt te bezitten van 10 duizend gulden, en recht heeft op 4000 gulden uit de boedel van zijn moeder. Helaas zijn wel al zijn woningen en de tegelbakkerij in het rampjaar 1672 afgebrand, net als zijn hofstede in Breeveld.

Het terrein van de tegelbakkerij komt in 1677 in handen van Albert van Wieringen. 
Dirk ZWARTENDIJK, Pietersz
 
1235 Woont bij haar huwelijk aan de Hogelantsche Kerckgracht. Engelina ZWARTENDIJK
 
1236 De overlijdensdatum (bron: Ned. Patr.) lijkt niet juist. In een akte (Not Arch Woerden, inv nr 8676, dd 6-12-1749) wordt zij al in februari 1749 als ‘overleden’ aangemerkt.

Als weduwe koopt zij in december 1733 een huis aan de Haverstraat, nabij de Benthemerstraat, voor 650 gulden. Dat verkoopt ze ruim twee jaar later met 200 gulden winst aan Aart van der Hout. 
Geertruid ZWARTENDIJK
 
1237 Rem kerk Geertruid ZWARTENDIJK
 
1238 Bij zijn huwelijk wordt Gijsbert genoemd ‘van Woerden, wondende op de Tueshoven[?? lastig leesbaar]’. Samen met zijn broers Dirk en Leendert en zijn zus Geertruid koopt Gijsbert een pand met drie huisjes aan de Oudelandsedijk, buiten de Rietlanderpoort in Woerden voor 260 gulden.

Op zijn overlijden verschenen in Hoorn maar liefst drie rouwdichten in druk, waaronder een van B. Kok, die zich zijn neef noemt.

Het is niet duidelijk of hij ook de Gijsbert Swartendijk is die in 1698 beroepen wordt in Amsterdam. Daarover bevindt zich in de handschriftencollectie van de Remonstranten (in de UB Amsterdam) een verzameling documenten (nr. 647). 
Gijsbert ZWARTENDIJK
 
1239 Getuigen: Engelina Marthens en Jacob Marthens Gijsbert ZWARTENDIJK
 
1240 Heer van Indijk, Achttienhoven en Den Bosch. Schout van de Indijk, capitein van de burgerij te Woerden. Van zijn vader erft hij naast de hofstede Kruidenburg, de ambachtsheerlijkheid Indijk; na zijn dood valt het gebied toe aan zijn neef Gijsbert Leonard, die helaas nog minderjarig is.

Op 29 augustus 1743 promoveert Gijsbert - enkele dagen voor zijn broer Leonard - aan de Universiteit van Utrecht tot meester in de beide rechten met de dissertatie ‘De Fideicommissio universali’; promotor is professor Voorda. Vanaf 1751 tot aan zijn dood oefent Gijsbert een hele reeks functies uit. Naast schout van de Indijk is hij secretaris van diverse kleine gerechten (Lage Nieuwkoop, Portengen, Gerverskop, Gieltjesdorp en nog enkele) en griffier der lenen van het huis Klein Poelgeest. Hij is tevens notaris van de Hoven van Holland en Utrecht.

Tijdens zijn leven schaft Gijsbert flink wat onroerend goed aan. In 1779 bijvoorbeeld een pand met drie woningen aan de Hoge Woerd voor ƒ 350,-

Zijn boedel wordt in 1795 verdeeld in drie gelijke delen: (1) dr. Willem Griffioen te Gouda, (2) Johanna en Pieter Klinkhamer-Zwartendijk, Gijsbert en Helena Versteeg-Zwartendijk, Gilles en Maria Sophia Schuitdewijs-Zwartendijk, (3) Adriaan Zwartendijk, Gijsbert en Alida Josina van Leeuwen-Zwartendijk.

Vlak na zijn overlijden verkopen zijn erfgenamen een fors deel van zijn onroerend goed, waaronder het land dat Gijsberts moeder Johanna Griffioen aanschafte als weduwe. Een huis aan de Haverstraat met een prieel en menagerieën – gelegen tussen de Hoge Woerd, het pand van het Grootwaterschap, de Haverstraat en de Molenstraat – gaat naar de gerefomeerde kerk voor ƒ 2950,-. Een hofstede met maar liefst 29 morgen land gaat naar Dirk Verhaar, het bedrag wordt helaas niet genoemd. De wel beschreven bedragen belopen een totaal van bijna 12 duizend gulden. 
Mr. Gijsbert ZWARTENDIJK
 
1241 in de Grote Kerk, op het Koor, 6 gulden Gijsbert ZWARTENDIJK
 
1242 rem. Get: Geertruid Zwartendijk en Geertruid van Wieringen. Gijsbert ZWARTENDIJK
 
1243 Huwt zijn volle nicht. Na het overlijden van zijn neef Gijsbert (2 februari 1795, de volle neef van zijn grootvader Abraham) erft hij als zesjarige het ambacht Indijk onder Woerden. Voor die tijd hebben zijn familieleden al zes percelen ‘hout- en bouwgrond’ uit de erfenis verkocht voor ruim 5000 gulden. Gijsbert Leonard ZWARTENDIJK
 
1244 Huwt zijn volle nicht; ook zijn ouders waren neef en nicht. Gijsbert Leonard ZWARTENDIJK
 
1245 In zijn overlijdensberichtje (via CBG) wordt Gijsbert omschreven als groot burger van Rotterdam: ‘voor gezondheidskoloniën, voor lichamelijjke opvoeding, voor liefdadigheid, maar bovenal voor de ziekelijke en misdeelde kinderen heeft hij buitengewoon veel goeds verricht, zoodat zijn naam in dankbare nagedachtenis zal blijven.’ Gijsbert Leonard ZWARTENDIJK
 
1246 Remonstrantse kerk Gijsbert Leonard ZWARTENDIJK
 
1247 Rem. Kerk Helena ZWARTENDIJK
 
1248 Thuis gedoopt; getuigen Pieter Zwartendijk (broer) en J.J. Klinkhamer Helena Kristina ZWARTENDIJK
 
1249 De fabriek/winkel van de ‘Gebroeders Zwartendijk’ bevond zich aan de Middensteiger 26-28, Rotterdam. In de trouwakte van Johanna Zwartendijk en J.H. Plantenga wordt ook broer Gijsbert Leonard omschreven als tabaksfabrikant. Dat kan kloppen, want in 1908 schrijft Gijsbert een 20 pp tellend boekje over het eeuwfeest van de tabaksfabriek (‘Een honderdjarige’, uitgave voor rekening van de schrijver, aanwezig in de Rotterdamse Bibliotheek).

In Jans overlijdensadvertentie is de overledene overigens ‘eenigst firmant’.

De tabaksfabriek van Zwartendijk werd later overgenomen door Van Rossem 
Jan ZWARTENDIJK
 
1250 Firmant in de firma Gebr. Zwartendijk te Rotterdam Jan ZWARTENDIJK
 

      «Vorige «1 ... 21 22 23 24 25 26 Volgende»