Deel

Aantekeningen


Treffers 101 tm 150 van 1247

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 7 ... 25» Volgende»

   Aantekeningen   Verbonden met 
101 Joan Jacob Nicoaus van Oldekop, Juliana Eleonora de Rau Julianus Leonardus Johan Jacob Nico BARON VAN OLDENKOP
 
102 Jan bezat de houtzaagmolen ‘De Jager’ net buiten de Zaagmolenpoort in Amsterdam. Jan Frederik BEIJLSMIT
 
103 Oude Kerk, get: Hendrik Meijl, Giertje Dumeijer Jan Frederik BEIJLSMIT
 
104 Eerder getrouwd geweest mat Hendrica Rit. Jan Willem BEIJLSMIT
 
105 In haar huwelijksakte genoemd als ‘enige dochter’ van haar ouders - ze had echter wel een broer, Petrus Christiaan. Na het overlijden van haar man trekt Josina in bij haar zoon Petrus Christiaan. Josina Wilhelmina BEIJLSMIT
 
106 Nieuwe Kerk Petrus Christiaan BEIJLSMIT
 
107 Van Peter hebben we een signalement als jongeman: Hij was 1 el, 6 pm en 7 dm groot, had een rond gezicht mt een dito kin en een spitse neus. Blauwe ogen, blond haar en een laag voorhoofd. Petrus Christiaan BEIJLSMIT
 
108 in ‘t Boompje Anna Maria BELLEFLAM
 
109 Niet honderd procent zeker of de Anna Maria die op 15 mei gedoopt wordt inderdaad de goeie is, maar wel uiterst waarschijnlijk. Anna Maria BELLEFLAM
 
110 kerk ‘t Boompje. Get: Pieter van der Stoot, Joanna Maria Belleflam Henricus Petrus BELLEFLAM
 
111 Kerk ‘t Boompje. Get: Joannes Jutselaar, Antonia Joanna Belleflam Jacoba Anna BELLEFLAM
 
112 Kerk ‘t Boompje. Get: Jacobus Oranie, Catharina Belleflam Jacobus Hermannus BELLEFLAM
 
113 Kerk ‘t Boompje, get: Henricus Oxfort, Agnes Maria de Swaan Joannes Henricus BELLEFLAM
 
114 Op 9 april 1698 wordt ene Hendrick Bellevlam, pruikenmaker uit Luik, ingeschreven als poorter van Amsterdam. Hij is getrouwd met Catharina Hendriks Witmans. Zoudit het ouderpaar van Joannes zijn? Joannes Jacobus BELLEFLAM
 
115 Aafke is de dochter van Jan Hendrik Berghuis, vroedman van Leeuwarden. Samen met Anna Kutsch-Winterswijk is zij voogdes van het Nieuwe Stadsweeshuis in Leeuwarden. Aafke Petronella BERGHUIS
 
116 Jacobijnerkerk Aafke Petronella BERGHUIS
 
117 bij de Westerkerk Jan Hendrik BERGHUIS
 
118 Over hem - zoals over alle Kraks die ook in dit bestand voorkomen - heeft nazaat Jeroen Krak een gedetailleerde levensloop geschreven (www.krak-family.nl).

Zo weet hij onder veel meer te melden dat Jan Hendrik al op jonge leeftijd (nog voor zijn huwelijk met Berbera Sophie) ijzerkoopman is. Vlak na de geboorte van hun eerste kind koopt het jonge stel een koopmanswoning aan de Vischmarkt te Leeuwarden. En daarbij blijft het niet. De zaken gaan kennelijk zo goed dat ze in 1819 nog twee huizen erbij kopen, waarvan het laatste - aan Over de Kelders, nu Voorstreek - later getaxeerd zal worden op tienduizend gulden.

Intussen blijft Berbera aan het baren. In totaal twaalf kinderen komen er, tot Jan Hendrik in 1830 ernstig ziek wordt. In 1833 overlijdt hij; Berbera zet de ‘Affaire in ijzerwaren’ voort met haar zoon In 1838 verkoopt zij het huis aan de Vischmarkt voor 2800 gulden, de reden is niet bekend. Zeker is wel dat het jaar daarop de dood het gezin ongenadig treft: zowel Fredericus (29) als Isaac Gerard (20) overlijden dat jaar.

Bij haar overlijden in 1845 is de ijzerhandel, inclusief winkelinventaris, ruim 12 duizend gulden waard. Dat blijkt uit de inventaris die op verzoek van de erfgenamen is opgemaakt door notaris Jan Albarda. Uit diezelfde inventaris blijkt dat zij nog over een pakhuis en twee woniingen beschikte (waarvan de kleinste werd verhuurd aan de winkelbediende). De inventaris van haar eigen woning was 2430 gulden waard, met als duurste item een stel gouden oorijzers van 149 gulden. Ook Oeds Plantenga, getrouwd met dochter Catharina, deelt overigens in deze boedelscheiding. 
Jan Hendrik BERGHUIS KRAK
 
119 Dit is vrijwel zeker ‘Susette’ ofwel Ruretje, die tijdens de correspondentie tussen Petrus Gerardus Duker en zijn vrouw tussen 1803 en 1808 nog heel jong is. Anna Susanna Louisa BERT
 
120 In doopakte ‘Corneille Chretien Henry’. Cornelis Christiaan Henri BERT
 
121 Waalse Kerk. Get: André Chretien Boode, Antoinette Henriette Jeanne van Noort Cornelis Christiaan Henri BERT
 
122 Een Johannes Cornelis Bert was van 1784 tot en met 1787 ‘Commandeur’ van de kolonie Essequebo, dat naast Demerary lag. Jan Corneille BERT
 
123 Dit is degene die later op de plantage Cornelia Ida werkt als administrateur en door Duker als ‘mijn zoon Frits’ wordt aangesproken. Johan Frederik BERT
 
124 Waalse kerk. Get: Jacob Henri Boode, mw Pletner geb. Struijs Pierre Ambroise BERT
 
125 gestorven aan de pest Aeltgen BISSCHOP
 
126 aan de pest gestorven Annetje BISSCHOP
 
127 waarschijnlijk aan de pest overleden in hetzelfde jaar als verscheidene van zijn kinderen Egbert BISSCHOP
 
128 gestorven aan de pest Geertge BISSCHOP
 
129 Ook: Benschop, Benschap. Geertruyd BISSCHOP, Jans
 
130 gestorven aan de pest Hendrik BISSCHOP
 
131 In 1880 (overlijden echtgenoot) woont Maria in Nijmegen. De moeder van Maria is een volle nicht van echtgenoot Johan Laurens. Maria BLAAUW
 
132 Noorderkerk Adriana BLAAUWDUIF
 
133 Noorderkerk Anna BLAAUWDUIF
 
134 remonstrants, aan huis Anna BLAAUWDUIF
 
135 Dit echtpaar kreeg acht kinderen die bijna allen jong overleden; Kornelia was de zesde. Aris BLAAUWDUIF, Sieuwerts
 
136 Noorderkwartier Aris BLAAUWDUIF, Sieuwerts
 
137 In de Remonstrantse kerk, op 21-jarige leeftijd Kornelia BLAAUWDUIF
 
138 Woont bij haar ondertrouw in Amsterdam. Twee weken voor die gebeurtenis heeft zij in de Remonstrantse kerk belijdenis gedaan en is daarmee gedoopt. Van deze mevrouw is helaas erg weinig te vinden, terwijl er wel een boek is met ‘Huwelykszangen ter bruilofte van den heer Jan Bosch en jonkvrouwe Katharina Blaeuwduyf’, geschreven door Jan Bosch in 1735.

Eerder (in 1723) verscheen een feestlied ‘ter bruilofte van monsieur Marten Schagen en joonkvrouwe Dieuwertje Blauwduif’ bij Hermanus Uitwerf te Amsterdam. In de aantekeningen van P. van Eeghenis te zien dat het om een achternicht van Kornelia gaat. Vreemd genoeg is er in de hele stamboom geen Katharina te bekennen! 
Kornelia BLAAUWDUIF
 
139 Noorderkwartier Sieuwert BLAAUWDUIF, Claasz
 
140 Poorter van Amsterdam sinds 20 maart 1677. Sieuwert heette oorspronkelijk Schatter, maar nam later de naam van zijn vrouw aan. Hun kinderen deden hetzelfde. Sieuwert BLAAUWDUIF, Claasz
 
141 Margaretha heeft ten tijde van haar huwelijk al een dochter Gerarda Maria, die erkend wordt door Theo. Haar eigen vader is ook al onbekend.

In Amsterdam verhuist zij zich met haar kinderen een ongeluk. Tussen ‘27 en ‘37 woont het gezin onder meer aan de Uithoornstraat, de Looiersgracht, de Fagestraat en de Polanenstraat. 
Margaretha BLANCART
 
142 Zoon van een schepen. Als hij in 1650 een huis annex ‘zeperij’ in Rotterdam verkoopt aan zwager Ludolf Roosterman, woont hij in Emmerich. Joris BLANCKERT, Pietersz
 
143 Dochter van Pieter Blauwvelt, schout van Enkhuizen. Maria BLAUWVELT
 
144 Overleden aan boord van de Z.M. Zoutman op de rede van Den Helder. Elisabeth BOLLINGBROOKE
 
145 Volgens AC Raven gaat het om ‘Bert weduwe Boden’, maar zij is de weduwe van Johan Cornelis (ook vaak: Jan Corneille) Bert volgens de ondertrouwakte.

Bij haar huwelijk met PG Duker blijkt Anna (‘Antje’) buitengewoon vermogend. In totaal brengt zij ‘tweemaal 157 duizend en 718 gulden’ mee, waaronder een enorme hoeveelheid obligaties en schuldbrieven en meubilair ter waarde van 20.000 gulden. Een deel daarvan komt uit de firma Nan Boode & Bert, die een dag voor haar huwelijk met Duker, per 12 maart 1802, ‘gedissolveerd’ werd.
In haar brieven toont zij zich meermalen jaloers en bezitterig, maar ook als een nogal dweepziek type. Bovendien was ze ziekelijk. Jaarlijks toog zij naar Börscheit (Bourscheid), een kuuroord vlak onder Aken. Daar zat zij zich vervolgens onnoemelijk te vervelen, bijna dagelijks jammerend dat zij weer naar huis wilde. In haar eenzaamheid droomt zij van haar man in de armen van een weduwe en verwijt zij hem meer aandacht te hebben voor zijn broer dan voor haar.

De kuren hebben haar niet geholpen. De laatste twee jaar van haar korte leven was zij ernstig ziek. Bij haar overlijden erfde Petrus Gerardus de matig renderende plantage Cornelia Ida, die haar na de dood van haar vader door loting ten deel was gevallen. 
Anna Catharina BOODE
 
146 Volgens Jan van Eeghen overleed Jacob al in 1826. Jacobus Hendrick BOODE
 
147 Johan Frederik bezat vijf plantages in Essequibo en Demarary, waaronder ‘Uitvlugt’ (nu nog steeds een suikerplantage in het huidige Guyana!) en de plantage Cornelia Ida die later door kleindochter Anna Catharina Duker geërfd zou worden. Volgens een lijst uit 1785 lagen zijn bezittingen aan de westelijke kust van Demarary.

Jean-Paul Arnoul vertelt dat Johan Frederik al in 1749 in Demerary arriveerde en dat hij tevens de functie van raad-fiscaal vervulde, hetzelfde baantje dat Petrus Duker vanaf 1789 had. Arnoul weet tevens te melden dat Boode een aanzienlijk fortuin vergaarde dankzij een tomeloze inzet en een wetenschappelijk onderbouwde aanpak. Zijn kinderen liet hij in Leiden studeren. 
Johan Berend Christoffer Frederik BOODE
 
148 in De Posthoorn Catharina BORN
 
149 Een Joseph Bourda was na 1784 directeur-generaal van Demerary. Catharina BOURDA
 
150 Getrouwd met een meneer Koert, Coevorden Aaltje BRAAM
 

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 7 ... 25» Volgende»